Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
20 januari 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland over een klaagschrift ingediend door klagers tegen beslaglegging op een computer en laptop op grond van een rechtshulpverzoek van Zwitserse autoriteiten.
De rechtbank had het klaagschrift ongegrond verklaard en geoordeeld dat het verzoek om geheimhouding van het rechtshulpverzoek door de Zwitserse autoriteiten gegrond was, waardoor het Openbaar Ministerie het verzoek niet aan de klagers en hun advocaat hoefde te verstrekken. De rechtbank stelde vast dat het beslag rechtmatig was en dat de toetsing van het verzoek door de rechtbank zelf had plaatsgevonden.
De Hoge Raad bevestigt dat op grond van het Europees Verdrag en het Nederlandse Wetboek van Strafvordering de verplichting tot geheimhouding geldt, ook na indiening van een klaagschrift. De raadkamer mag kennisneming van het verzoek aan klagers onthouden indien het belang van het onderzoek ernstig wordt geschaad. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank geen onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd en de motivering toereikend is.
Het beroep wordt verworpen, waarmee de beschikking van de rechtbank in stand blijft en het beslag op de computers niet wordt teruggegeven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de geheimhouding van het rechtshulpverzoek en het beslag op de computers.