Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:598

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
23/04882
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 231.2 SrArt. 225.2 SrArt. 450.1 SvArt. 432.1.c Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding termijn bij gebruik valse Bulgaarse documenten

De verdachte werd in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard door het hof vanwege een niet-conform artikel 450.1 Sv ingesteld hoger beroep. In cassatie werd onderzocht of het beroep ontvankelijk was, waarbij de Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep binnen veertien dagen na de einduitspraak van het hof had moeten worden ingesteld.

De verdachte was op de hoogte van de datum van de terechtzitting van het hof op 27 juli 2022, waardoor de termijn voor het instellen van cassatie op 10 augustus 2022 begon te lopen. Het cassatieberoep werd echter pas op 13 december 2023 ingediend, ruim na de gestelde termijn.

De Hoge Raad concludeerde dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is en nam het cassatieberoep niet in behandeling. De uitspraak bevestigt het belang van strikte naleving van termijnen in strafprocedures, ook bij gebruik van valse documenten zoals een Bulgaarse identiteitskaart en rijbewijs.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04882
Datum14 april 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 augustus 2022, nummer 20-001300-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
In artikel 432 lid Pro 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is bepaald dat het cassatieberoep moet worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak als zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was.
2.2
De procesgang in deze zaak is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.1. Daaruit moet worden afgeleid dat de verdachte met de dag van de terechtzitting van het hof van 27 juli 2022 tevoren bekend was. Daarom had op grond van artikel 432 lid Pro 1, aanhef en onder c, Sv het cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak van het hof van 10 augustus 2022. Het beroep is echter pas ingesteld op 13 december 2023. Dit brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 april 2026.