Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:546

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
25/04407
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op zijn beurt het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland inzake een informatiebeschikking van de Staatssecretaris van Financiën.

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en gelet op het advies van de procureur-generaal geconcludeerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Daarom is het beroep zonder verdere inhoudelijke motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het arrest in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026. Hiermee is de procedure in cassatie definitief afgesloten zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/04407
Datum27 maart 2026
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
vertegenwoordigd door [P],
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 november 2025, nr. BK-ARN 23/2672 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 21/540) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikking.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.