Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
17 maart 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een woningoverval waarbij de dagopbrengst van een jaarlijks muziekfestival in Grijpskerke werd buitgemaakt. De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor medeplegen van diefstal met geweld door braak gedurende de voor nachtrust bestemde tijd in een woning.
In cassatie werd onder meer geklaagd over de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen en de bewijsvoering omtrent medeplegen, maar deze klachten werden door de Hoge Raad niet ontvankelijk geacht voor vernietiging van het hofarrest. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het hofarrest uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze van drie jaar en acht maanden naar drie jaar en zes maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot drie jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn, het beroep wordt voor het overige verworpen.