Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
13 januari 2026.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 13 januari 2026 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 januari 2024. De verdachte, geboren in 1976, was betrokken bij een incident in een kapperszaak waarbij hij werd beschuldigd van medeplegen van poging tot doodslag. De verdediging stelde dat het slachtoffer als eerste een mes tevoorschijn had gehaald, maar het hof oordeelde dat deze lezing geen steun vond in het dossier. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld en geconcludeerd dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad heeft geen verdere motivering gegeven, aangezien de vragen die aan de orde waren niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen.