Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
13 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek om een aansluitende zorgmachtiging voor twaalf maanden op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De rechtbank Rotterdam had bij beschikking van 20 februari 2025 een zorgmachtiging verleend die gold tot en met 6 januari 2026.
Betrokkene stelde in cassatie dat de zorgmachtiging niet voor twaalf maanden kon worden verleend omdat de eerdere machtiging op het moment van de beschikking al was verstreken. De Hoge Raad verwijst naar de processtukken waaruit blijkt dat de beslistermijn door de rechtbank meerdere malen werd verlengd en aangehouden, maar uiteindelijk werd overschreden.
De Hoge Raad volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal en oordeelt dat de rechtbank slechts een zorgmachtiging voor maximaal zes maanden had kunnen verlenen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het deel van de beschikking dat de machtiging tot 6 januari 2026 verlengde en bepaalt dat de zorgmachtiging geldt tot en met 20 augustus 2025.
De beschikking is gegeven door de vicepresident en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de beslistermijnregels in de Wvggz en de beperking van de duur van zorgmachtigingen bij overschrijding daarvan.
Uitkomst: De Hoge Raad beperkt de zorgmachtiging tot zes maanden wegens overschrijding van de beslistermijn en vernietigt de langere machtiging van de rechtbank.