Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:378

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
8 maart 2026
Zaaknummer
24/00693
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 416 lid 2 SvArt. 300 lid 1 SrArt. 310 SrArt. 36e lid 1 sub b sub 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak mishandeling en diefstal over betekening dagvaarding

In deze strafzaak is het cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2024, waarin hij werd veroordeeld voor mishandeling en diefstal. De kern van het cassatiemiddel betrof de vraag of de dagvaarding in hoger beroep had moeten worden betekend op het door verdachte opgegeven domicilieadres, namelijk het kantooradres van zijn raadsvrouw.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 10 maart 2026. Hiermee blijft het arrest van het hof Den Haag in stand en wordt het cassatieberoep verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof Den Haag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00693
Datum10 maart 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2024, nummer 22-002182-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat N. Roos bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 maart 2026.