Op 16 oktober 2024 werd een personenauto met een kilometerblokker in beslag genomen na een controle op de naleving van de Wegenverkeerswet. De auto, eigendom van een Duitse vennootschap, bleek voorzien van een apparaat waarmee de kilometerstand werd gemanipuleerd. Forensisch onderzoek bevestigde de fraude.
De rechtbank verklaarde het klaagschrift van de eigenaar gegrond en gelastte teruggave van de auto, omdat niet was gebleken dat de auto gevaarlijk was voor de verkeersveiligheid. De rechtbank nam mee dat de kilometerstand via autosleutels kan worden uitgelezen en hersteld, en dat manipulatie van de kilometerstand niet automatisch een veiligheidsrisico inhoudt.
Het Openbaar Ministerie stelde cassatie in tegen deze beslissing, stellende dat onttrekking ook kan worden gebaseerd op aantasting van de integriteit van het handelsverkeer. De Hoge Raad bevestigde echter dat de rechtbank voldoende en juiste motieven had gegeven en dat het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag niet rechtvaardigde.
De Hoge Raad herhaalde eerdere overwegingen dat een auto met een kilometerblokker niet zonder meer onttrokken kan worden aan het verkeer, tenzij er een concreet en onherstelbaar gevaar voor de verkeersveiligheid bestaat of het handelsverkeer onevenredig wordt belemmerd. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde de beslissing tot teruggave van de auto.