Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede en het derde cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
3 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de betrokkene tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 16 mei 2023, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. De ontnemingsvordering heeft betrekking op opbrengsten uit hennepteelt en diefstal van elektriciteit.
Het eerste cassatiemiddel betrof een klacht tegen een beslissing in een samenhangende strafzaak, maar deze klacht voldeed niet aan de wettelijke vereisten en bleef daarom onbesproken. De overige cassatiemiddelen werden door de Hoge Raad beoordeeld, maar konden niet leiden tot vernietiging van het hofvonnis. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling.
Hoewel de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, leidt dit niet tot een andere rechtsgevolg in deze ontnemingszaak. De samenhangende strafzaak wordt terugverwezen naar het hof Den Haag voor verdere beoordeling van eventuele compensatie. De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee het vonnis van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het vonnis van het hof Den Haag inzake ontneming.