Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
.
3.Beslissing
3 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een bedreiging met brandstichting waarbij de verdachte telefonisch dreigde het gebouw van het Kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Curaçao in de fik te steken. Het hof had de bewezenverklaring voornamelijk gebaseerd op de verklaring van één getuige, de receptioniste, die de verdachte bij de toegangsdeur zag en het telefoongesprek bevestigde.
De Hoge Raad oordeelt dat het bewijs niet voldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal zoals vereist door artikel 342 lid 2 Sv Pro. De verklaring van de minister vermeldde niet of hij de bedreigende woorden zelf had gehoord en het relaas van de opsporingsambtenaar toonde slechts aan dat de telefoon van de verdachte overging bij een testoproep.
Daarom is het oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk en wordt het arrest vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en beslissing.
De Hoge Raad benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij het bewijsminimum en verwijst naar eerdere jurisprudentie over de toepassing van artikel 342 lid 2 Sv Pro.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende steun voor de bewezenverklaring.