ECLI:NL:HR:2026:243

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
12 februari 2026
Zaaknummer
25/00504
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 16 RvWet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in geschil over samenlevingsovereenkomst en procesrecht

In deze zaak staat een geschil tussen de vrouw en de man centraal over een samenlevingsovereenkomst binnen het personen- en familierecht. De vrouw heeft beroep in cassatie ingesteld tegen diverse rolbeslissingen en het eindarrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

De Hoge Raad heeft de klachten van de vrouw over de behandeling van de zaak door de raadsheer-commissaris en de beslissing van de meervoudige kamer beoordeeld. De klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van de rolbeslissingen en het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat het niet noodzakelijk was om vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en de kosten van het geding in cassatie zo verdeeld dat iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak is gedaan door de vicepresident als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en iedere partij draagt haar eigen kosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/00504
Datum13 februari 2026
ARREST
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: C.G.A. van Stratum.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/16/538432 / HL ZA 22-109 van de rechtbank Midden-Nederland van 19 april 2023;
b. de rolbeslissingen en de arresten in de zaak 200.330.880/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 september 2023 (tussenarrest), 24 oktober 2024 (rolbeslissingen) en 12 november 2024 (eindarrest).
De vrouw heeft tegen de rolbeslissingen en het eindarrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De man heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de man toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de rolbeslissingen en het eindarrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die rolbeslissingen en dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
13 februari 2026.