Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Uitgangspunten in cassatie
3.De oordelen van het Hof
Daartoe heeft het Hof overwogen dat in de authentieke Engelse en Franse taalversies van het Geharmoniseerde Systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen [3] (hierna: het GS) wordt gesproken over “preparaat voor gebruik op het haar”, respectievelijk “preparaten voor het haar”. Het staat vast dat het product uitsluitend is bestemd om op het haar te worden aangebracht teneinde luizen en neten te doden. Uitgaande van de hiervoor weergegeven bewoordingen van het GS kan het product naar het oordeel van het Hof met toepassing van indelingsregel 1 onder post 3305 van de GN worden ingedeeld.
De omstandigheid dat de Nederlandse vertaling van het GSde term haarverzorgingsmiddelen gebruikt, staat volgens het Hof niet aan dit oordeel in de weg. Zo voor indeling onder post 3305 van de GN al vereist zou zijn dat het een verzorgend haarproduct betreft, is het Hof van oordeel dat het doden van in of op het haar aanwezige luizen en neten kan worden aangemerkt als ‘haarverzorging’.
Volgens algemene indelingsregel 3a van de GN heeft de post met de meest specifieke omschrijving voorrang boven posten met een meer algemene strekking. Bij vergelijking van de bewoordingen van post 3305 van de GN met de bewoordingen van post 3808 van de GN kan volgens het Hof niet worden gezegd dat de omschrijving van de ene post meer specifiek is dan die van de andere post. Post 3305 van de GN onderscheidt zich weliswaar van post 3808 van de GN doordat in de eerstgenoemde post is vermeld waar het product dient te worden toegepast (in het haar/op het hoofd), maar daar staat tegenover dat in laatstgenoemde post tot uitdrukking is gebracht met welk oogmerk het product wordt toegepast (het doden van insecten), aldus het Hof.
Bij deze stand van het geding moet het product naar het oordeel van het Hof met toepassing van algemene indelingsregel 3c van de GN worden ingedeeld onder de post die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst, in dit geval dus onder post 3808 van de GN.
4.Rechtskader
Post 3305 van de GN luidt als volgt:
Post 3808 van de GN luidt, voor zover van belang, als volgt:
These products are classified here in the following cases only:
(1) When they are put up in packings (such as metal containers or paperboard cartons) for retail sale as disinfectants, insecticides, etc., or in such forms (e.g., in balls, strings of balls, tablets or plates) that there can be no doubt that they will normally be sold by retail. Products put up in these ways may or may not be mixtures. The unmixed products are mainly chemically defined products which would otherwise fall in Chapter 29, e.g., naphthalene, or 1,4-dichlorobenzene.
(…)”
Die tabel luidt:
— permethrine: 1
— malathion: 0,5
— piperonylbutoxide: 4
5.Beoordeling van het middel
De door het Hof aangehaalde GS-toelichting zegt enkel wat over de verschillende manieren waarop een insectendodend middel kan doden. De manier van doden is niet hetzelfde als de werkzame stof waarmee wordt gedood. Daaruit volgt nog niet dat dit doden (dat op verschillende wijzen kan plaatsvinden) niet door een insecticide moet geschieden, aldus nog steeds het middelonderdeel.
Voor de uitleg en toepassing van een in een Nederlandse vertalingopgenomen begrip in het GS kan, gelet op de internationale basis van de regelgeving – anders dan waarvan het middelonderdeel uitgaat – niet het algemeen spraakgebruik in Nederland doorslaggevend zijn.
Verder geldt dat de toelichtingen op het GS weliswaar niet bindend zijn, maar wel belangrijke instrumenten vormen ter verzekering van de uniforme toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief, die als zodanig nuttige gegevens bevatten voor de uitlegging daarvan. [5] De Hoge Raad deelt de opvatting van het Hof dat de hiervoor in 4.3.3 weergegeven toelichting van de WDO op post 38.08 van het GS steun biedt voor de uitleg van post 38.08 van het GS waarbij indeling van een product als insectendodend middel niet is beperkt tot producten waarvan de werkzame stof een toxische werking heeft.
Ook miskent het middelonderdeel met het hiervoor in 5.2.1 weergegeven betoog dat de onderverdelingen van een post in het GS niet verder reiken dan tot op 6-cijferig niveau. In de omstandigheid dat de Europese Commissie onder de in de GN overgenomen postonderverdeling 3808.91 van het GS vier onderverdelingen tot op 8-cijferniveau heeft gemaakt met in elk daarin benoemd specifiek werkzame stoffen die wel een toxische werking hebben, kan dan ook geen bevestiging zijn van de door het middelonderdeel verdedigde opvatting dat post 38.08 van het GS is beperkt tot middelen die insecten doden door middel van een toxische werking. Die omstandigheid bevestigt evenmin de opvatting dat postonderverdeling 3808 91 90 van de GN met de omschrijving “andere”, als restcategorie van postonderverdeling 3808 91 van de GN uitsluitend producten bevat die door een toxische werking insecten doden.
Het middel faalt dus in zoverre.
De Staatssecretaris heeft zich met betrekking tot dit middelonderdeel in de eerste plaats verweerd met het standpunt dat het Hof ten onrechte aan toepassing van algemene indelingsregel 3 van de GN is toegekomen. Hij bestrijdt het hiervoor in 3.3 weergegeven oordeel van het Hof dat het product met toepassing van algemene indelingsregel 1 van de GN vatbaar is voor indeling onder post 3305 van de GN. Daartoe verwijst hij naar hetgeen de Inspecteur daarover bij de Rechtbank heeft aangevoerd en naar hetgeen de Rechtbank – in lijn daarmee – daarover heeft geoordeeld.
Het Hof heeft terecht het indelingsadvies 3305.10/2 van de WDO niet van belang geacht voor de indeling van het product vanwege de omstandigheid dat het in dat advies vermelde product als een shampoo wel substantieel ingrediënten voor de verzorging van het haar bevatte.