Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
10 februari 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof Amsterdam uit 2009, waarin het hof het openbaar ministerie ontvankelijk verklaarde in een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene stelde in cassatie dat het hof ten onrechte het OM ontvankelijk had verklaard en dat de verstekverlening tegen hem onterecht was.
Voor een juiste beoordeling van het cassatiemiddel is het essentieel dat de Hoge Raad kennis kan nemen van het proces-verbaal van de terechtzitting. Uit een brief van de griffier van het hof blijkt echter dat dit proces-verbaal niet beschikbaar is, waardoor de Hoge Raad niet kan beoordelen of het cassatiemiddel terecht is voorgesteld.
Daarom kan de uitspraak van het hof niet in stand blijven. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing. Tevens gaat de conclusie in op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en de verjaring van het recht tot tenuitvoerlegging van de ontnemingsmaatregel.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens ontbreken van het proces-verbaal van de terechtzitting.