ECLI:NL:HR:2026:173

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
24/00521
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 249 lid 2 sub 3 oud SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak ontucht door masseur in maatschappelijke zorg

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens het plegen van ontucht met een cliënt terwijl hij als masseur werkzaam was in de maatschappelijke zorg. Het hof oordeelde dat de verdachte onder de werkingssfeer van artikel 249 lid 2 sub Pro 3 oud Sr viel.

De verdachte stelde in cassatie onder meer de vraag of hij daadwerkelijk werkzaam was in de maatschappelijke zorg, hetgeen relevant was voor de toepassing van het wetsartikel. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Daarmee werd het beroep van de verdachte verworpen en bleef het arrest van het gerechtshof in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers en raadsheren Posthumus en Kuiper op 10 februari 2026.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, arrest gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00521
Datum10 februari 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 februari 2024, nummer 22-001499-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 februari 2026.