Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
3 februari 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de klager tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant over het beslag op zijn hond, Stafford, na meerdere bijtincidenten. De hond werd in beslag genomen op grond van verdenking van overtreding van artikel 425 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank oordeelde dat het beslag op de hond rechtmatig was, ondanks dat de opsporingsambtenaar niet bevoegd was tot inbeslagneming volgens artikel 96 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering, omdat niet was voldaan aan de formaliteit die vereist is bij inbeslagneming in geval van een overtreding in een heterdaadsituatie.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad motiveert dit niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep wordt derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op de hond blijft rechtmatig.