Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
3 februari 2026.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor gewoontewitwassen van in totaal €443.230. De verdachte stelde dat het hof onvoldoende nauwkeurig had aangegeven op welke bewijsmiddelen het had gebaseerd dat hij valselijke huurovereenkomsten had opgemaakt om illegale geldstromen te verhullen.
De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar oordeelde dat deze niet tot vernietiging van het arrest konden leiden. De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en raadsheren A.L.J. van Strien en T. Kooijmans. Het beroep is verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.