Uitspraak
1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
Dit betoog faalt. Op de gronden die zijn vermeld in rechtsoverwegingen 3.1 tot en met 3.4 van het arrest van de Hoge Raad van 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:915, ziet de Hoge Raad geen aanleiding prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen.