ECLI:NL:HR:2026:1307
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond inzake belastingaanslagen 2014-2015
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 september 2024, waarin het hoger beroep tegen belastingaanslagen en beschikkingen over de jaren 2014 en 2015 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsuniformiteit bevatten, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Belanghebbende verzocht tevens om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure. De Hoge Raad constateerde dat de termijn van twee jaar niet werd overschreden en wees dit verzoek af.
Ten slotte zag de Hoge Raad geen aanleiding om de Staat te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd op 17 juli 2026 in het openbaar gewezen door de raadsheren Faase, Cools en Peters.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot vergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.