ECLI:NL:HR:2026:110
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake parkeerbelasting gemeente Den Haag
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over de parkeerbelasting die de gemeente Den Haag aan hem heeft opgelegd in verband met een parkeervergunning.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag heeft verweer gevoerd. Belanghebbende diende een conclusie van repliek in, maar deze werd niet in behandeling genomen omdat deze na de gestelde termijn werd ingediend.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken op 23 januari 2026 door de raadsheren Feteris, van der Voort Maarschalk en van Roij.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.