Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
26 juni 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De rechtbank Midden-Nederland had op 7 oktober 2025 een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel verleend en vervolgens een verzoek van de officier van justitie toegewezen om deze machtiging te wijzigen door verplichte zorg toe te voegen. Betrokkene stelde in cassatie dat de rechtbank het verzoek ten onrechte had toegewezen zonder over de noodzakelijke stukken te beschikken, zoals vereist op grond van artikel 8:12 Wvggz Pro.
De Hoge Raad overwoog dat bij een verzoek tot wijziging van een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel de door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag en het advies van de geneesheer-directeur overgelegd moeten worden. Deze stukken ontbraken in het dossier van de rechtbank, terwijl de rechtbank niet volstond met de weergave van de inhoud en motivatie in het verzoekschrift. Daarnaast moesten ook de bestaande machtiging en de onderliggende stukken, voorzien van een actualisering, worden overgelegd, wat eveneens niet was gebeurd.
De Hoge Raad concludeerde dat de rechtbank niet beschikte over de noodzakelijke gegevens om het verzoek te beoordelen en vernietigde de beschikking. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing, waarbij de formele vereisten strikt in acht moeten worden genomen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens ontbreken van noodzakelijke stukken en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.