Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:1047

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
25/04607
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:12 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt beschikking wijziging machtiging voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken noodzakelijke stukken

De rechtbank Midden-Nederland had op 7 oktober 2025 een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel verleend en vervolgens een verzoek van de officier van justitie toegewezen om deze machtiging te wijzigen door verplichte zorg toe te voegen. Betrokkene stelde in cassatie dat de rechtbank het verzoek ten onrechte had toegewezen zonder over de noodzakelijke stukken te beschikken, zoals vereist op grond van artikel 8:12 Wvggz Pro.

De Hoge Raad overwoog dat bij een verzoek tot wijziging van een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel de door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag en het advies van de geneesheer-directeur overgelegd moeten worden. Deze stukken ontbraken in het dossier van de rechtbank, terwijl de rechtbank niet volstond met de weergave van de inhoud en motivatie in het verzoekschrift. Daarnaast moesten ook de bestaande machtiging en de onderliggende stukken, voorzien van een actualisering, worden overgelegd, wat eveneens niet was gebeurd.

De Hoge Raad concludeerde dat de rechtbank niet beschikte over de noodzakelijke gegevens om het verzoek te beoordelen en vernietigde de beschikking. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing, waarbij de formele vereisten strikt in acht moeten worden genomen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens ontbreken van noodzakelijke stukken en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer25/04607
Datum26 juni 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: G.E.M. Later,
tegen
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT MIDDEN-NEDERLAND,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/16/600529 / FV RK 25-2456 van de rechtbank Midden-Nederland van 7 oktober 2025.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing.

2.Uitgangspunten en feiten

2.1
De rechtbank heeft op 29 september 2025 ten aanzien van betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 20 oktober 2025.
2.2
Bij verzoekschrift van 3 oktober 2025 heeft de officier van justitie verzocht deze machtiging te wijzigen door deze aan te vullen met bepaalde vormen van verplichte zorg.
2.3
De rechtbank [1] heeft het hiervoor in 2.2 genoemde verzoek toegewezen door de hiervoor in 2.1 genoemde machtiging te wijzigen voor de resterende duur daarvan. Daartoe heeft de rechtbank, voor zover in cassatie van belang, als volgt overwogen:
“4.2. (…) Daarnaast heeft de advocaat gesteld dat niet voldaan is aan artikel 8:12 Wvggz Pro, omdat op basis van dat artikel bij het verzoekschrift naar de rechtbank stukken gevoegd hadden moeten worden die in dit geval ontbreken. Bij het verzoekschrift zit namelijk niet de door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel en ook geen advies van de geneesheer-directeur daarover.
4.3. (…)
Ook aan de formele vereisten voor het verzoek is voldaan. Een door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel en een advies van de geneesheer-directeur daarover dienen op grond van artikel 8:12 lid 3 Wvggz Pro te worden ingediend bij de officier van justitie. Daaraan is hier voldaan. De stukken zitten weliswaar niet in het dossier van de rechtbank, maar de inhoud van de aanvraag, en de motivatie ervan, zijn wel weergegeven in het verzoekschrift. De rechtbank gaat daarom voorbij aan dit verweer namens betrokkene.”

3.Beoordeling van het middel

3.1
Onderdeel 1 van het middel klaagt dat de rechtbank het verzoek tot wijziging van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel heeft toegewezen zonder te beschikken over de gegevens die noodzakelijk zijn om over het verzoek te kunnen oordelen.
3.2.1
Onderdeel 1.1 voert aan dat de door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de machtiging en het advies van de geneesheer-directeur daarover, ontbreken.
3.2.2
Bij een verzoekschrift tot wijziging van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in art. 8:12 lid 5 Wvggz Pro dienen de in art. 8:12 lid 3 Wvggz Pro vermelde stukken – de door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag tot wijziging van de bestaande machtiging en het advies van de geneesheer-directeur daarover – te worden overgelegd. [2]
3.2.3
Uit rov. 4.3 (zie hiervoor in 2.3), blijkt dat de hiervoor in 3.2.2 bedoelde stukken niet zijn overgelegd. De rechtbank beschikte daarmee niet over de gegevens die noodzakelijk zijn om het verzoek te kunnen beoordelen. Niet voldoende is dat, zoals de rechtbank overweegt, “de inhoud van de aanvraag, en de motivatie daarvan” zijn weergegeven in het verzoekschrift. De klacht slaagt.
3.3.1
Onderdeel 1.2 klaagt dat de bestaande machtiging tot voorzetting van de crisismaatregel en de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen, ontbreken.
3.3.2
Bij een verzoekschrift tot wijziging van een zorgmachtiging als bedoeld in art. 8:12 lid 5 Wvggz Pro dienen, naast de in art. 8:12 lid 3 Wvggz Pro vermelde stukken, de bestaande zorgmachtiging en de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen, te worden overgelegd, voorzien van een actualisering daarvan met het oog op de vormen van verplichte zorg waarop het wijzigingsverzoek ziet. [3] Ook in het geval dat wordt verzocht een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te wijzigen door deze aan te vullen met bepaalde vormen van verplichte zorg, zullen de bestaande machtiging en de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen, voorzien van een actualisering daarvan, noodzakelijk zijn om het verzoek te kunnen beoordelen en dienen die stukken dus te worden overgelegd.
3.3.3
Nu de bestaande machtiging, de stukken die daaraan ten grondslag hebben gelegen en een actualisering daarvan niet bij het verzoek tot wijziging van die machtiging zijn gevoegd en de rechtbank die stukken niet noemt en niet is ingegaan op het verweer van de advocaat van betrokkene dat “de stukken van het oorspronkelijke verzoek” ontbreken, moet ervan worden uitgegaan dat deze stukken niet zijn overgelegd. Ook deze klacht slaagt daarom.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 7 oktober 2025;
- wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op
26 juni 2026.

Voetnoten

1.Rechtbank Midden-Nederland 7 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6659.
2.Vgl. HR 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1664, rov. 3.2.2.
3.HR 7 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1664, rov. 3.2.2