Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
26 juni 2026.
Hoge Raad
De rechtbank Midden-Nederland verleende op 29 september 2025 een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel aan betrokkene. De officier van justitie verzocht vervolgens om wijziging van deze machtiging door toevoeging van verplichte zorg. De rechtbank wijzigde de machtiging zonder dat de door de wet voorgeschreven stukken, zoals de door de zorgverantwoordelijke gemotiveerde aanvraag en het advies van de geneesheer-directeur, waren overgelegd.
Betrokkene stelde in cassatie dat de rechtbank niet over de noodzakelijke gegevens beschikte om het verzoek te beoordelen. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte voorbijging aan het ontbreken van deze stukken en dat ook de bestaande machtiging en de onderliggende stukken, voorzien van een actualisering, ontbraken in het dossier.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van 7 oktober 2025 en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing, waarbij de formele vereisten van artikel 8:12 Wvggz Pro strikt in acht moeten worden genomen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens ontbreken van noodzakelijke stukken en wijst de zaak terug naar de rechtbank.