ECLI:NL:HR:2026:102

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
25/01385
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

In deze zaak heeft [A] beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 maart 2025. De griffier van de Hoge Raad heeft [A] bij aangetekende brief op 14 augustus 2025 gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Deze brief is afgeleverd op het geregistreerde adres van [A]. Ondanks deze aanmaning is het griffierecht niet voldaan.

Vervolgens heeft de griffier op 18 november 2025 opnieuw een aangetekende brief gestuurd waarin [A] werd uitgenodigd om een verklaring te geven voor het niet betalen van het griffierecht. Ook deze brief is afgeleverd, maar er is geen reactie ontvangen. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) leidt het niet voldoen van het griffierecht tot niet-ontvankelijkheid van het beroep in cassatie.

De Hoge Raad heeft daarom het beroep in cassatie van [A] niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken. Het arrest is op 23 januari 2026 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer25/01385
Datum23 januari 2026
ARREST
op het door [A] ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 4 maart 2025, nrs. 23/695 en 23/696.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft [A] bij aangetekende brief van 14 augustus 2025 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het in de basisregistratie personen geregistreerde adres van [A]. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft [A] bij aangetekende brief van 18 november 2025 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het hiervoor bedoelde adres van [A]. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J. Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026.