Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
1 juli 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel door gewoontewitwassen.
De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €267.757,42 via een eenvoudige kasopstelling. Het hof bevestigde dit bedrag maar legde een hoofdelijke betalingsverplichting op aan de betrokkene voor het gehele bedrag, mede vanwege het gezamenlijke voordeel met zijn partner.
De Hoge Raad oordeelt dat de toepassing van art. 36e lid 7 Sr beperkt is tot betalingsverplichtingen gebaseerd op vaststelling van het bedrag volgens art. 36e leden 1 en 2 Sr, en niet op grond van lid 3. Het hof heeft deze beperking miskend door een hoofdelijke betalingsverplichting op te leggen op basis van lid 3. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.
De Hoge Raad bevestigt tevens dat de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden, wat het hof heeft meegewogen in de matiging van de betalingsverplichting. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een correcte toepassing van de wet en verdere afdoening.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens onjuiste hoofdelijke betalingsverplichting en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting.