ECLI:NL:HR:2025:919
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over onroerendezaakbelasting gemeente Den Haag
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag dat ging over een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2022.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.