ECLI:NL:HR:2025:918
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelastingen gemeente Den Haag
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2022. Het geschil betreft de waardering en belastingheffing door de gemeente Den Haag.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de klachten nader te motiveren, omdat deze geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, zoals bepaald in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en op 13 juni 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.