Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
3 juni 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake bedreiging, waarbij het hof het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak had afgewezen. Dit verzoek was ingediend door de raadsman van de verdachte, die dakloos is en geen geld heeft voor een treinkaartje nadat hij bij het station was weggestuurd.
De Hoge Raad overwoog dat het hof een onjuiste belangenafweging had gemaakt bij de afwijzing van dit verzoek. De redenen voor de vernietiging zijn ontleend aan een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2025:840). De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Kuijer en Posthumus, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Schnetz. De zaak wordt hiermee terugverwezen om het proces opnieuw te laten plaatsvinden met inachtneming van de juiste belangenafweging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.