ECLI:NL:HR:2025:785

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 mei 2025
Publicatiedatum
21 mei 2025
Zaaknummer
24/04043
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROWet waardering onroerende zaken
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak Wet waardering onroerende zaken 2022

Belanghebbende heeft tegen een beschikking van het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Den Haag op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) voor het jaar 2022 hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag. Het hof heeft op 18 september 2024 uitspraak gedaan, waartegen belanghebbende cassatie heeft ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en gelet op het advies van de procureur-generaal geconcludeerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Daarom is het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 23 mei 2025 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer24/04043
Datum23 mei 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door [A],
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE DEN HAAG, vertegenwoordigd door [P] ,
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 18 september 2024, nr. BK-24/135, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 22/5919) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor het jaar 2022.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2025.