ECLI:NL:HR:2025:782
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake WOZ-beschikking 2015 gemeente Amsterdam
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 16 juli 2024, waarin het hoger beroep tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) voor het jaar 2015 werd behandeld. Het geschil betrof de waardering van onroerende zaken door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. Daarbij is overwogen dat het niet noodzakelijk was om de klachten inhoudelijk te motiveren, aangezien deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 23 mei 2025 in het openbaar gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, waarmee het beroep in cassatie ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de uitspraak van het gerechtshof bevestigd.