Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Overlijden van de verdachte
3.Beslissing
20 mei 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak was het openbaar ministerie in cassatie gegaan tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag. De verdachte, geboren in Afghanistan in 1946, overleed op 24 maart 2025, zoals blijkt uit een gewaarmerkt afschrift van de burgerlijke stand.
Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt door het overlijden van de verdachte het recht tot strafvordering. De Hoge Raad vernietigde daarom zowel het arrest van het hof als de uitspraak van de rechtbank Den Haag en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Deze beslissing betekent dat de strafprocedure tegen de verdachte niet kan worden voortgezet vanwege diens overlijden, waarmee de zaak definitief wordt afgesloten.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de verdachte.