Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
21 januari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor het zich meermalen toegang verschaffen tot kinderporno (oud art. 240b.1 Sr). De verdediging voerde een bewijsklacht aan over het opzet van de verdachte, maar de Hoge Raad verwierp deze klachten zonder nadere motivering, conform art. 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde straf.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en verminderde de taakstraf van 240 naar 228 uren, met een subsidiaire hechtenis van 114 dagen. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 21 januari 2025.
Uitkomst: De taakstraf werd verminderd van 240 naar 228 uren wegens overschrijding van de redelijke termijn, met een subsidiaire hechtenis van 114 dagen.