Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
15.Limitation of liability
16.Disclaimer
Wij benadrukken dat de gegeven instructie nog steeds van kracht is.
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
16 mei 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO Clearing Bank N.V. (AACB) en de Kirchberg-groep, waaronder KIC S.A.R.L. en SFF Trading Switzerland AG, over de beëindiging van kredietfaciliteiten en handelsbeperkingen opgelegd door AACB.
AACB had de Group Credit Facility Agreement (GCFA) en andere overeenkomsten met de Kirchberg-groep opgezegd vanwege handelsactiviteiten die volgens AACB in strijd waren met eerlijke marktwerking, waaronder pre-arranged trades en dividend stripping. Na protesten en dreiging van een kort geding werd op 19 februari 2016 een overeenkomst bereikt waarbij de handelsbeperkingen per direct zouden worden opgeheven en de GCFA zou doorlopen tot 30 juni 2016.
Het hof Amsterdam oordeelde dat AACB toerekenbaar tekort was geschoten door na deze afspraak toch handelsbeperkingen op te leggen en de kredietfaciliteiten voortijdig te beëindigen, en kende schadevergoeding toe. De Hoge Raad vernietigt dit arrest wegens onvoldoende motivering over de vraag of bepaalde handelsbeperkingen en opzeggingen gerechtvaardigd waren, en verwijst de zaak terug naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.
De Hoge Raad benadrukt dat handelsbeperkingen na 19 februari 2016 in lijn moeten zijn met geldende wet- en regelgeving en dat de bank haar contractuele rechten kan uitoefenen bij overtredingen. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte bepaalde verweren van AACB niet heeft onderzocht in de hoofdzaak.
De kosten van cassatie worden aan KIC c.s. opgelegd.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor verdere behandeling.