ECLI:NL:HR:2025:718

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2025
Publicatiedatum
8 mei 2025
Zaaknummer
22/03936
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Cassatie in het belang der wet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420bis.1.b Sr
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest medeplegen witwassen wegens onvoldoende bewijs herkomst geld

De Hoge Raad heeft op 13 mei 2025 het arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 oktober 2022 vernietigd in een zaak waarin verdachte werd verdacht van medeplegen van witwassen van een geldbedrag van € 13.000.

Het hof had geoordeeld dat het geld afkomstig was uit de eigen handel van verdachte in heroïne, maar de Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel niet begrijpelijk is. De gebruikte bewijsmiddelen hadden alleen betrekking op de omstandigheden waaronder het geld werd aangetroffen, maar boden geen voldoende basis om te concluderen dat het geld uit de eigen handel van verdachte kwam.

De Hoge Raad volgde daarmee het advies van de advocaat-generaal en vernietigde het arrest uitsluitend voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betrof. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03936
Datum13 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 oktober 2022, nummer 22-003450-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D. Bektesevic bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde medeplegen van witwassen van een geldbedrag van € 13.000.
2.2
De klacht slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.1 tot en met 3.5 en 3.9 tot en met 3.12.

3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen voor het overige niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging (met inbegrip van de verbeurdverklaring);
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 mei 2025.