Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
21 januari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake poging tot doodslag door een messteek ter hoogte van het middenrif. De verdachte werd veroordeeld voor deze poging.
In cassatie werd onder meer betwist of sprake was van opzet met aanmerkelijke kans op dood en de toepassing van noodweerexces conform artikel 41 lid 1 en Pro 2 Sr, met aandacht voor de proportionaliteitseis en de aannemelijkheid van een hevige gemoedsbeweging.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 21 januari 2025.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.