ECLI:NL:HR:2025:525
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake dwangsommen en schadevergoeding belastingzaken
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 21 februari 2023, waarin het hof het hoger beroep behandelde tegen uitspraken van de Rechtbank Noord-Holland. De zaak betreft verzoeken van belanghebbende om toekenning van dwangsommen wegens het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar, vergoedingen van kosten op grond van artikel 7:15, lid 2, Awb, en een schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb Pro.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2025.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.