Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
14 januari 2025.
Hoge Raad
In deze zaak is het cassatieberoep ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin hij was veroordeeld voor poging tot doodslag. De poging vond plaats in 2022 in Den Haag, waarbij de verdachte met een mes op de hals van een oude jeugdvriend stak op straat en overdag.
De advocaat van de verdachte diende een schriftuur in, maar de procureur-generaal bracht geen schriftelijk standpunt uit. De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Het arrest is uitgesproken op 14 januari 2025 door de vice-president en twee raadsheren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.