Op 15 mei 2022 heeft verdachte het slachtoffer met een mes in de hals gestoken, waarbij een centraal bloedvat werd geraakt. Het slachtoffer overleefde ternauwernood dankzij snelle medische hulp. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor poging tot doodslag en sprak zich vrij van poging tot moord. In hoger beroep bevestigde het hof de vrijspraak voor poging tot moord, maar verklaarde poging tot doodslag bewezen.
De verdachte voerde een beroep op noodweerexces aan, stellende dat hij handelde uit een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door een eerdere kaakslag van het slachtoffer. Het hof verwierp dit beroep, stellende dat de verdachte zelf de confrontatie opzocht en de gedragingen aanvallend waren. Het slachtoffer handelde volgens het hof uit noodweer.
De straf werd vastgesteld op 48 maanden gevangenisstraf, waarvan een deel voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden zoals meldplicht bij reclassering, behandeling voor agressie en een contactverbod met het slachtoffer. Tevens werd een schadevergoeding van €10.977,80 toegewezen aan het slachtoffer, inclusief materiële en immateriële schade met wettelijke rente vanaf 15 mei 2022.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht, waarbij de verdachte werd vrijgesproken van poging tot moord, maar veroordeeld voor poging tot doodslag. De straf en schadevergoedingsmaatregelen weerspiegelen de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.