ECLI:NL:HR:2025:514

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 april 2025
Publicatiedatum
3 april 2025
Zaaknummer
22/04713
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 lid 1 ROArt. 18.1 Afvalstoffenverordening Amsterdam 2009 (oud)Art. 10.23.1 Wet milieubeheer (oud)
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieberoep verworpen wegens overschrijding redelijke termijn zonder strafoplegging

In deze economische strafzaak ging het om het op grond gooien en achterlaten van een papieren zakdoek, in strijd met de oude Afvalstoffenverordening Amsterdam 2009 en de oude Wet milieubeheer. De verdachte werd strafbaar verklaard, maar er werd geen straf of maatregel opgelegd.

De procedure betrof onder meer de vraag of het gebruik van het proces-verbaal van de verbalisant, die niet door de verdediging kon worden ondervraagd maar wel schriftelijk vragen had beantwoord, voldeed aan het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden.

Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Gezien het feit dat geen straf of maatregel was opgelegd, verbond de Hoge Raad aan deze overschrijding geen ander rechtsgevolg.

Het cassatieberoep werd uiteindelijk verworpen. Dit arrest vormt een vervolg op een eerder tussenarrest van december 2024 en hangt samen met andere zaken zonder middelen van de verdachte.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en de verdachte is strafbaar verklaard zonder strafoplegging ondanks overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04713 E
Datum8 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam, economische kamer, van 13 december 2022, nummer 23-004418-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de verdachte.

1.Verder procesverloop in cassatie

De Hoge Raad heeft bij arrest van 3 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1771, geoordeeld dat het cassatieberoep van de verdachte ontvankelijk is. Bij dat arrest is de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het aanvullende cassatiemiddel.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de omstandigheid dat de verdachte strafbaar is verklaard maar dat geen straf of maatregel is opgelegd, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 april 2025.