Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
1 april 2025.
Hoge Raad
In deze zaak werd de verdachte veroordeeld voor moord op zijn echtgenote in Amsterdam in 2019, waarbij hij haar achttien keer met een vleesmes stak. Het gerechtshof legde een gevangenisstraf op in combinatie met TBS met dwangverpleging. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad beoordeelde de cassatiemiddelen en verwierp de klachten over de inhoudelijke strafoplegging en de motivering van de TBS-maatregel. Wel oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de uitspraak meer dan zestien maanden na het cassatieberoep volgde.
Als gevolg daarvan vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest dat de duur van de gevangenisstraf betrof en verminderde deze tot vijftien jaar en zeven maanden. Het overige cassatieberoep werd verworpen. Hiermee werd de strafoplegging deels aangepast vanwege procedurele termijnoverlast, terwijl de inhoudelijke veroordeling en TBS-maatregel gehandhaafd bleven.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot vijftien jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; TBS met dwangverpleging blijft gehandhaafd.