ECLI:NL:HR:2025:48
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen en rente
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 29 november 2022, waarin het hof het hoger beroep behandelde tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag over navorderingsaanslagen en aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2014, 2015 en 2016, inclusief de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is uitgesproken door de vice-president van Hilten als voorzitter en de raadsheren Faase en Cools, waarbij de voorzitter verhinderd was het arrest te ondertekenen, waardoor raadsheer Cools het arrest heeft ondertekend.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.