ECLI:NL:HR:2025:435

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 maart 2025
Publicatiedatum
20 maart 2025
Zaaknummer
24/01761
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 287 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in zaak doodslag Beverwijk 2022

In deze zaak werd verdachte in hoger beroep veroordeeld voor doodslag gepleegd in 2022 in Beverwijk, waarbij hij zijn buurman meermalen met een mes stak. Het gerechtshof Amsterdam heeft op 29 april 2024 het vonnis gewezen. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en vastgesteld dat het cassatieberoep niet kan slagen, mede omdat er geen schriftelijk standpunt van de procureur-generaal was ingediend zoals vereist onder artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft daarom besloten het cassatieberoep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Dit betekent dat het arrest van het gerechtshof in stand blijft en het cassatieberoep van verdachte niet inhoudelijk wordt behandeld.

De uitspraak werd gedaan op 25 maart 2025 door de Strafkamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van vice-president M.J. Borgers en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus. De waarnemend griffier was S.P.J. Lugtenburg.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijk standpunt van de procureur-generaal.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01761
Datum25 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 29 april 2024, nummer 23-001343-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M.N. Greeven en R.L. Vermeulen, beiden advocaat in Utrecht, een schriftuur ingediend.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 maart 2025.