ECLI:NL:HR:2025:412

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 maart 2025
Publicatiedatum
17 maart 2025
Zaaknummer
23/05044
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 287 Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak doodslag Amsterdam 2020

In deze zaak stond de verdachte terecht voor doodslag gepleegd in 2020 in Amsterdam, waarbij hij naar aanleiding van een ruzie in een hostel een ander met een mes in de borst stak. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte eerder veroordeeld. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en heeft de procureur-generaal de gelegenheid gegeven een advies uit te brengen. Vervolgens heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en heeft op basis van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, met raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, en de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg. Het arrest werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 25 maart 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/05044
Datum25 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 december 2023, nummer 23-003075-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D. Eijpe, advocaat in Utrecht, een schriftuur ingediend.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 maart 2025.