ECLI:NL:HR:2025:402

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 maart 2025
Publicatiedatum
14 maart 2025
Zaaknummer
24/00179
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens beëindigd beslag op cryptowallet met bitcoins

Het openbaar ministerie heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin een klaagschrift tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen gegrond werd verklaard. Het klaagschrift betrof beslag op een cryptowallet met bitcoins ter waarde van ruim tien miljoen euro.

Na het nemen van de conclusie door de advocaat-generaal heeft het OM de Hoge Raad geïnformeerd dat het beslag inmiddels is beëindigd. Hierdoor is het belang van het OM bij het cassatieberoep komen te vervallen.

De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van belang leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep. De Hoge Raad verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en doet geen inhoudelijke uitspraak over de cassatiemiddelen.

De beschikking is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 18 maart 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het beëindigen van het beslag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00179 B
Datum18 maart 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 12 december 2023, nummer RK 22/016641, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Rotterdam teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de rechtbank van 12 december 2023 waarbij een klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave van de in die beschikking genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, gegrond is verklaard.
2.2
Nadat de advocaat-generaal haar conclusie had genomen, heeft het openbaar ministerie bij brief van 17 januari 2025 aan de griffie van de Hoge Raad laten weten dat het beslag inmiddels is beëindigd. Dit brengt met zich dat het openbaar ministerie geen belang meer heeft bij een oordeel van de Hoge Raad over de voorgestelde cassatiemiddelen. Het beroep moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 maart 2025.