Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
11 maart 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen een uitspraak van het hof 's-Hertogenbosch over een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. Na eerdere cassatie door de Hoge Raad werd de zaak terugverwezen en opnieuw inhoudelijk behandeld door het hof.
De betrokkene klaagde over overschrijding van de redelijke termijn, zowel in het eerdere hoger beroep als in de periode tussen de verstekuitspraak van het hof in 2017 en het instellen van het cassatieberoep in 2020. De Hoge Raad stelt dat het hof bij de beoordeling van de redelijke termijn zowel het tijdsverloop vóór de gecasseerde uitspraak als het tijdsverloop in de cassatiefase en de fase na terugwijzing afzonderlijk moet beoordelen.
Het hof matigde de betalingsverplichting met 10% wegens overschrijding in eerste aanleg, maar nam geen gemotiveerde beslissing over de overschrijding in de andere relevante perioden. De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest over de hoogte van de betalingsverplichting en vermindert het bedrag met 20%, waardoor de betalingsverplichting €474.000 bedraagt. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting tot €474.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.