Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
18 februari 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens het beledigen van een groep mensen met een donkere huidskleur en het aanzetten tot discriminatie van deze groep op grond van ras. Dit betrof uitlatingen in een podcast waarin de verdachte sprak over representatie van die groep in criminaliteit, stelde dat "we etnisch vernietigd worden" en dat de "etnische Nederlander" in oorlog is om te overleven.
De verdachte stelde in cassatie dat zijn uitlatingen niet onnodig grievend waren, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten tegen het arrest van het hof niet konden leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het beroep van de verdachte werd door de Hoge Raad verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Van Strien en Kuijer, waarbij de waarnemend griffier aanwezig was.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor belediging en aanzetten tot discriminatie.