ECLI:NL:HR:2025:264

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2025
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
24/00509
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over onrechtmatige concurrentie door voormalige werknemers

In deze zaak stond onrechtmatige concurrentie door voormalige werknemers centraal. Agib B.V. stelde dat het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het oordeel over onrechtmatigheid werd bevestigd, onjuist was. Na verwijzing naar eerdere vonnissen en arresten in de zaak, heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van Agib beoordeeld.

De Hoge Raad concludeerde dat de klachten van Agib tegen het arrest van het hof niet tot vernietiging konden leiden. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde Agib in de kosten van het cassatiegeding, begroot op een totaal van €10.406,--, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer A.E.B. ter Heide, onder voorzitterschap van vicepresident M.J. Kroeze.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Agib B.V. wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/00509
Datum14 februari 2025
ARREST
In de zaak van
AGIB B.V.,
gevestigd te Kerkdriel,
EISERES tot cassatie,
hierna: Agib,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
1. [verweerster 1] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [sr.],
wonende te [woonplaats],
3. [jr.],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: M.A.J.G. Janssen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/05/393973 / HA ZA 21-507 / 1599 / 1520 van de rechtbank Gelderland van 22 december 2021 en 11 mei 2022;
b. de arresten in de zaak 200.312.858 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 februari 2023 en 14 november 2023.
Agib heeft tegen het arrest van het hof van 14 november 2023 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat, en mede door S.W.G. Wolters.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Agib heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Agib in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Agib deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
14 februari 2025.