ECLI:NL:HR:2025:227

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 februari 2025
Publicatiedatum
11 februari 2025
Zaaknummer
24/01215
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie wegens ontbreken cassatiemiddelen in poging tot doodslag zaak

De zaak betreft een beroep in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 maart 2024, waarin de verdachte werd veroordeeld voor een grote hoeveelheid ernstige strafbare feiten, waaronder poging tot doodslag op een politieagent door in 2022 met hoge snelheid in te rijden op een politieauto in Velsen-Zuid.

Het beroep werd ingesteld door de verdachte, maar er zijn geen cassatiemiddelen ingediend door zijn advocaat binnen de wettelijk voorgeschreven termijn. Hierdoor is het beroep niet ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad, conform artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

De Hoge Raad bevestigt hiermee de ontvankelijkheidsvereisten voor cassatieberoepen en laat het arrest van het gerechtshof Amsterdam in stand. De opgelegde maatregel in de onderliggende zaak betrof onder meer TBS met voorwaarden.

Het arrest is gewezen door raadsheer C. Caminada en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 11 februari 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01215
Datum11 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 maart 2024, nummer 23-001349-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 februari 2025.