Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
11 februari 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch over medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine in meerdere locaties. De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken voor stoffen in Roermond, maar het hof sprak hem wel schuldig voor andere locaties.
De verdachte stelde een bewijsklacht in over de aanwezigheid van stoffen in een loods in Lomm en de vraag of deze stoffen al aanwezig waren voorafgaand aan transport. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en zag geen noodzaak tot nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, waarbij het cassatieberoep werd verworpen. Hiermee blijft het hofarrest in stand, waarmee de veroordeling voor medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot amfetamineproductie bevestigd wordt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waardoor het hofarrest met veroordeling voor medeplegen in stand blijft.