ECLI:NL:HR:2025:198

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 februari 2025
Publicatiedatum
7 februari 2025
Zaaknummer
24/01538
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering beslag op horloge bij verdenking witwassen

In deze zaak gaat het om een cassatieberoep van het openbaar ministerie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel waarin een klaagschrift werd gegrond verklaard tegen het beslag op een horloge. Het beslag was gelegd op grond van verdenking van witwassen. De rechtbank had geoordeeld dat het hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter later verbeurdverklaring van het horloge zou bevelen.

De Hoge Raad stelt vast dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het beslag zou moeten worden opgeheven, terwijl het openbaar ministerie had aangevoerd dat de verdenking van witwassen nog steeds bestond, de herkomst van het horloge niet voldoende was onderbouwd en dat in de strafprocedure verbeurdverklaring zou worden gevorderd. Het onderzoek in de raadkamer heeft een summier en voorlopig karakter, hetgeen onvoldoende is meegewogen.

De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst de zaak terug naar de rechtbank Overijssel voor een nieuwe beoordeling van het klaagschrift. Hiermee wordt het belang van een zorgvuldige motivering bij beslaglegging onderstreept, zeker bij verdenking van witwassen waarbij het beslag een belangrijk bewijs- en zekerheidsmiddel is.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het beslag op het horloge.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/01538 B
Datum11 februari 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 6 maart 2024, nummer RK 24/002082, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De raadsman van de klager, A.W. Syrier, advocaat in Utrecht, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van de rechtbank “dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen horloge zal bevelen”.
2.2
Het procesverloop, de door de klager en het openbaar ministerie ingenomen standpunten en het oordeel van de rechtbank zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.7.
2.3
Gelet op de in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2 tot en met 3.4 genoemde rechtspraak van de Hoge Raad en het daarin onder 3.7 besproken motiveringsgebrek in de beschikking van de rechtbank, slaagt het cassatiemiddel.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Overijssel, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 februari 2025.