Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
16 december 2025.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 16 december 2025 uitspraak gedaan in het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 juli 2023. De zaak betreft een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van de betrokkene, die betrokken was bij hennepteelt en handel in hennep.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat gericht was tegen de afwijzing van het verzoek om een getuige te horen, omdat het hof terecht oordeelde dat de verdediging het verzoek niet heeft willen handhaven op de terechtzitting in hoger beroep. Andere klachten werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro, heeft de Hoge Raad ambtshalve de betalingsverplichting verminderd. De oorspronkelijke betalingsverplichting van € 3.245.101,26 is verlaagd tot € 3.240.100. Het beroep is voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting tot € 3.240.100 wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerpt het beroep verder.