Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
16 december 2025.
Hoge Raad
In deze zaak stond een 18-jarige verdachte terecht voor verkrachting van een 17-jarig meisje, die na gebruik van alcohol en drugs in haar woning in slaap was gevallen. De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk.
De verdediging stelde in hoger beroep dat sprake was van een forse overschrijding van de redelijke termijn, hetgeen het hof echter niet gemotiveerd heeft beoordeeld in zijn arrest. De Hoge Raad oordeelt dat het hof had moeten beslissen op dit verweer en dat het ontbreken van een gemotiveerde beslissing hierover een schending van het recht op een redelijke termijn inhoudt.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat betrekking heeft op de strafmaat en vermindert de gevangenisstraf met één maand tot 19 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 20 naar 19 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.