ECLI:NL:HR:2025:1905
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake aanslag inkomstenbelasting 2018
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 15 april 2025, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2018 heeft behandeld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd, waarna belanghebbende een conclusie van repliek heeft ingediend. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor dit oordeel, omdat het niet noodzakelijk was om vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 12 december 2025 in het openbaar gewezen door de raadsheren onder voorzitterschap van M.W.C. Feteris.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag bevestigd.